Beelddenken

Heb je wel eens bij je kind opgemerkt dat het anders leert en denkt.

Je hebt een taaldenker en een beelddenker.

Een taaldenker denkt in woorden en een beelddenker denkt in beelden.

Een taaldenker denkt en leert graag analytisch, in taal met woorden en begrippen, ziet snel verschillen, denkt en werkt graag op volgorde, werkt graag volgens vaste regels, wetten en procedures. een taaldenker doet één ding tegelijk en kan rustig nadenken en woord voor woord spreken.

Een beelddenker gebruikt graag zijn zintuigen, denkt heel snel, ziet snel overeenkomsten, dat wat hetzelfde is, en leert te begrijpen door te doen. Het hebben van overzicht, een soort helikopterview vindt een beelddenker prettig. Het doen van veel dingen tegelijk is normaal. De beelddenker vormt zich een beeld, ruimtelijk beeldend. Denkend aan dat beeld kan hij een omschrijving geven wat hij bedoeld.

Als er in groep 3 woorden aangeleerd worden dan leert een taaldenker de letters en een beelddenker wil het totale woord gelijk zien en ziet dan het woord als plaatje of wat het woord betekent als plaatje.

Beelddenkers denken vanuit het totaal en op scholen worden woorden, tafels en klokkijken opgebouwd vanaf het begin en beelddenkers zien graag het totale beeld en leren dan terug.

Dit geeft leerproblemen waardoor een kind niet weet waarom hij anders denkt.